Leren zichtbaar maken

Op de Optimist wordt gewerkt volgens de ideeën en uitgangspunten van 'Leren zichtbaar maken' (John Hattie).

Bij leren gaat het om vooruitgang, ontwikkeling: iets kunnen wat je eerst niet kon, iets weten wat je eerst niet wist, iets begrijpen wat je eerst niet begreep. Het moet niet te moeilijk zijn, maar ook niet te gemakkelijk.

 

Wij willen dat niet alleen wij als leerkrachten weten dat er geleerd wordt, maar dat de kinderen dit ook weten. Daarom werken we met lesdoelen. Dat is niet genoeg. Daarbij horen ook succescriteria: de voorwaarden waarmee we (ook leerlingen) ons werk kunnen beoordelen. Pas dan weet je of het doel bereikt is.
 

Een voorbeeldje uit groep 3 van een schrijfles:

 

Lesdoel: Ik kan de letter b schrijven

 

Succescriteria:

o    de lus gaat tot het plafond (bovenste lijn).

o    de buik (onderkant) staat op de lijn.

o    de buik eindigt met een haakje.

 

Pas als de letter b aan deze voorwaarden voldoet, is het doel behaald. Kinderen kunnen dit zelf controleren. Zij leren zelf hun leren aan te sturen (eigenaar te worden van hun leerproces).

 

Wij zijn in gesprek met leerlingen om er uiteindelijk voor te zorgen dat zij beoordelings-bekwaam worden. Dat betekent dat zij begrijpen wat ze leren en hoe dit beoordeeld wordt (succescriteria). Zij kunnen hun eigen vooruitgang monitoren.

 

Zij kunnen de volgende vragen beantwoorden:

  • Waar ga ik heen?
  • Hoe sta ik ervoor?
  • Wat is de volgende stap?

Zij weten dat je leert als je eerst iets nog niet (goed) kunt, weet of begrijpt, maar daar beter in kunt worden tot je het beheerst. Dit gaat in stapjes. Ze ontwikkelen de mindset: van fouten leer je...

 

De volgende Denkkaders worden door de leerkrachten gehanteerd op de Optimist:

  1. Ik evalueer mijn manier van lesgeven aan de hand van het leren van mijn leerlingen.
  2. Ik ben een ‘change agent, het succes en de tegenvallers bij het leren van mijn leerlingen komt voort uit wat ik als leraar of schoolleider doe of niet doe.
  3. Ik wil het meer hebben over leren dan over lesgeven.
  4. Ik zie toets resultaten als feedback op de impact die ik heb als leraar.
  5. Ik ga in dialoog, niet in monoloog.
  6. Ik hou van een uitdaging en ik geef het niet op ‘mijn best te doen’.
  7. Ik ontwikkel positieve relaties binnen de klasgroep en het lerarenteam.
  8. Ik geef leerlingen de kans om fouten te maken.
  9. Ik leer leerlingen praten over leren.
  10. Ik zie leren als zwaar werk.

Succescriteria voor het maken van een puzzel (groep 1/2).

Dit kan ik al! Instroomgroep kleuters.

Wat gaan we leren vandaag? Groep 7

(ipv 'wat gaan we doen)

Werken met verschillende niveaus.

Groep 8

Waar sta ik al t.o.v. het (reken)doel? Groep 3

Wat gaan we leren? Groep 3